Met dit korte proefexamen Vaarbewijs 1 test je je kennis met tien gratis oefenvragen. Noteer eerst je antwoorden en lees daarna de uitleg. Je ontdekt welke regels je begrijpt en wat je nog moet oefenen. Deze zelfgemaakte kennischeck is geen volledig CBR-examen en heeft geen officiële slaaggrens. Verderop vind je ook het volledige voorbeeldexamen van het CBR.
Belangrijkste punten
- Dit proefexamen Vaarbewijs 1 bevat tien gratis oefenvragen om je kennis te testen.
- Elke vraag heeft drie antwoordmogelijkheden, en je moet antwoorden zonder lesmateriaal te gebruiken.
- Na het maken van de toets bekijk je de antwoorden en uitleg om je kennis te verbeteren.
- De kennischeck is geen officieel CBR-examen en biedt geen garantie voor slagen bij het echte examen.
- Voor goede voorbereiding, wissel korte oefensets af met volledige proefexamens en leer de achterliggende regels.
Start de oefentoets: tien vragen voor Vaarbewijs 1
Maak de vragen zonder je lesmateriaal te raadplegen. Neem bijvoorbeeld vijftien minuten: dat is een oefenadvies voor deze korte toets. Schrijf per vraag A, B of C op en markeer antwoorden waarover je twijfelt. Voor de regelvragen geldt het Nederlandse Binnenvaartpolitiereglement (BPR), zoals in de situaties beschreven.
Vraag 1: wie verleent voorrang bij kruisende koersen?
Twee kleine motorboten varen rechtdoor op een meer. Hun koersen kruisen en er dreigt een aanvaring. Geen van beide volgt de stuurboordzijde van het vaarwater. Er gelden geen bijzondere tekens of verkeersaanwijzingen. De andere boot nadert van jouw rechterkant. Wie verleent voorrang?
- A. Jij verleent voorrang aan de andere boot.
- B. De andere boot verleent voorrang aan jou.
- C. De kortste boot verleent altijd voorrang.
Vraag 2: zeilen met de motor aan
Een boot heeft de zeilen gezet en gebruikt tegelijk de motor om vooruit te komen. Hoe wordt deze boot voor de vaarregels beschouwd?
- A. Als zeilschip, omdat de zeilen staan.
- B. Als motorschip, omdat de motor wordt gebruikt voor voortbeweging.
- C. De schipper mag kiezen welke regels gelden.
Vraag 3: welke kleur hoort bij bakboord?
Welke kleur heeft het bakboordlicht van een schip dat boordlichten voert?
- A. Wit.
- B. Groen.
- C. Rood.
Vraag 4: blijft een langzaam varende boot een snelle motorboot?
Een motorboot van zes meter kan 35 kilometer per uur door het water varen. Vandaag vaart de bestuurder acht kilometer per uur. Is het vaartuig volgens het BPR nog steeds een snelle motorboot?
- A. Nee, alleen tijdens het snelvaren.
- B. Ja, de mogelijke snelheid is bepalend.
- C. Alleen als er meer dan één persoon aan boord is.
Vraag 5: staand een snelle motorboot besturen
Je bestuurt een daarvoor geschikte snelle motorboot staand vanaf een open stuurplek. Wat geldt voor het reddingsvest?
- A. Je moet een reddingsvest dragen.
- B. Een reddingsvest binnen handbereik is voldoende.
- C. Een reddingsvest is alleen verplicht als je niet kunt zwemmen.
Vraag 6: voortstuwing gebruiken in een sluis
Je boot is gemeerd in een sluis en het is nog niet jouw beurt om uit te varen. Mag je de schroef laten draaien om de boot tegen de sluismuur te houden?
- A. Ja, zolang de schroef langzaam draait.
- B. Ja, als er voldoende afstand tot andere boten is.
- C. Nee, in deze fase mag je de voortstuwing niet gebruiken.
Vraag 7: doorvaarthoogte berekenen
Bij een vaste brug is de doorvaarthoogte 3,80 meter bij het aangegeven referentiepeil. Het water staat nu 40 centimeter hoger. Wat is de doorvaarthoogte, uitgaande van deze gegevens?
- A. 4,20 meter.
- B. 3,40 meter.
- C. 3,80 meter.
Vraag 8: windkracht herkennen
Welke benaming hoort bij windkracht 6 op de schaal van Beaufort?
- A. Krachtige wind.
- B. Matige wind.
- C. Storm.
Vraag 9: de dode hoek van een groot schip
Wat wordt bedoeld met de dode hoek vóór de boeg van een groot schip?
- A. Een gebied waar kleine boten altijd voorrang hebben.
- B. Een gebied waar het water altijd ondiep is.
- C. Een gebied dat de schipper vanuit de stuurhut niet kan overzien.
Vraag 10: ventilatie bij een benzinemotor
Waarom wordt vóór het starten van een binnenboordbenzinemotor de motorruimte met een geschikte vonkvrije ventilator afgezogen?
- A. Om de motor alvast af te koelen.
- B. Om benzinedampen af te voeren en brand- en explosiegevaar te beperken.
- C. Om de oliedruk te verhogen.
Antwoorden met uitleg
- A. Bij deze kruisende koersen verleen je voorrang aan de kleine motorboot die van stuurboord nadert. Stuurboord is rechts, gezien in jouw vaarrichting. De voorwaarden staan in BPR artikel 6.17, lid 7.
- B. Een boot die zeilen én motor voor de voortbeweging gebruikt, geldt als motorschip. Zie de definitie in BPR artikel 1.01, onderdeel A.
- C. Het bakboordlicht is rood; het stuurboordlicht is groen. Bakboord is links wanneer je naar de boeg kijkt. Zie BPR artikel 3.01a.
- B. De mogelijke snelheid door het water bepaalt de indeling, ook tijdens langzaam varen. De grens ligt bij sneller kunnen varen dan 20 kilometer per uur. Lees de regels voor snelle motorboten van Rijkswaterstaat.
- A. Staand besturen vanaf een open stuurplek vereist een reddingsvest. De wettelijke uitzondering betreft gesloten binnenbesturing. Zie BPR artikel 8.05, lid 5 en de uitleg van Rijkswaterstaat over snelvaren.
- C. Zodra je in de sluis bent gemeerd, gebruik je geen voortstuwing totdat je aan de beurt bent om uit te varen. Zie BPR artikel 6.28, lid 9e. Volg ook de aanwijzingen van de sluisbedienaar.
- B. Hoger water betekent minder ruimte onder de brug: 3,80 − 0,40 = 3,40 meter. Voor een echte passage controleer je de actuele hoogte en de hoogte van je boot, met voldoende marge. Hoogteberekeningen behoren tot de officiële examenstof voor KVB1.
- A. Windkracht 6 heet krachtige wind. De windkracht wordt bepaald uit een gemiddelde windsnelheid; een losse windstoot is iets anders. Bekijk de Beaufortschaal van het KNMI.
- C. De schipper kan dit gebied vanuit de stuurhut niet overzien. Dat jij het grote schip ziet, garandeert niet dat de schipper jou ziet. Houd afstand en vaar niet vlak voor de boeg langs. Lees de veiligheidsadviezen voor pleziervaart van Rijkswaterstaat.
- B. Afzuigen met een geschikte vonkvrije ventilator helpt brandbare benzinedampen af te voeren. Gebruik de installatie volgens de instructies van de fabrikant. Dit veiligheidsprincipe komt terug in het officiële CBR-voorbeeldexamen KVB1.
Wat zegt je score op dit proefexamen Vaarbewijs 1?
Tel voor deze kennischeck één punt per goed antwoord. Je kunt maximaal tien punten behalen. Gebruik de uitkomst om je volgende leerstap te kiezen: herhaal de regels achter fout beantwoorde vragen en bekijk ook je twijfelgevallen. Een goed gegokt antwoord betekent nog niet dat je de stof beheerst.
Schrijf bij iedere fout één korte oorzaak: kende je de regel niet, las je de situatie verkeerd of maakte je een rekenfout? Zoek daarna de uitleg op en probeer een andere vraag over hetzelfde onderwerp. Zo controleer je of je de regel ook in een nieuwe situatie kunt toepassen.
Hoe verschilt een volledig proefexamen van deze kennischeck?
Het theorie-examen Klein Vaarbewijs 1 van het CBR bestaat uit 40 vragen en duurt 60 minuten. Je kunt maximaal 80 punten behalen en slaagt vanaf 56 punten. Vragen wegen één, twee of drie punten. Het CBR gebruikt naast meerkeuzevragen ook andere digitale vraagvormen.
Een volledige examentraining hoort daarom ook je tempo, beeldvragen en de gewogen puntentelling te oefenen. Alleen het aantal goede antwoorden tellen is onvoldoende. Lees desgewenst meer over de slaaggrens en toegestane fouten bij Klein Vaarbewijs 1.
Wil je een complete openbare toets maken? Open het CBR-voorbeeldexamen met 40 vragen en een antwoordmodel. Maak eerst alle vragen en kijk daarna pas na. Het is een pdf om mee te oefenen.
Zo oefen je verder voor het vaarbewijsexamen
Wissel korte oefensets af met volledige proefexamens. Gebruik korte sets om één onderwerp te begrijpen en een volledige toets om te oefenen met schakelen tussen onderwerpen en werken binnen de beschikbare tijd. Leer de reden achter het antwoord, zodat een andere formulering je niet in verwarring brengt.
Wil je eerst meer weten over de onderwerpen en soorten vragen? Lees het overzicht van examenvragen voor Klein Vaarbewijs 1. Wil je theorie, oefenvragen en volledige examentraining combineren, dan kun je de Combi-Deal Klein Vaarbewijs 1 bekijken.
Veelgestelde vragen over proefexamen Vaarbewijs 1
Het zijn eigen oefenvragen van Vaarschool Het Kompas, gemaakt als korte kennischeck. Het CBR biedt zelf een officieel openbaar voorbeeldexamen aan. Daarmee kun je kennismaken met de examenopzet.
Deze korte toets kan dat niet vaststellen. Hij behandelt slechts een deel van de stof. Bovendien rekent het echte examen met gewogen punten: de CBR-slaaggrens is 56 van de 80 punten.
Voor een volledige simulatie kun je oefenen met een rekenmachine, kladpapier en pen. Het CBR verstrekt bij KVB1 een digitale rekenmachine, kladpapier en pen; dit staat bij de praktische informatie over het theorie-examen. Raadpleeg tijdens zo’n oefensessie geen theorieboek.
Begin daarmee nadat je de belangrijkste onderwerpen hebt doorgenomen en met losse vragen hebt geoefend. Gebruik verschillende toetsen, bespreek je fouten en kijk of je binnen de tijd blijft. Dit is voorbereidingsadvies; één hoge oefenscore voorspelt geen examenuitslag.
Je kunt je ook zelfstandig voorbereiden. Het CBR noemt voor het theorie-examen KVB1 geen specifieke toelatingseisen. Kies wel leermateriaal dat de volledige examenstof behandelt en oefen ook met afbeeldingen en situaties.

